Projectuitkomsten

Het doel van het project OZO is om de psychosociale integratie van deelnemers te vergroten binnen het raamwerk van de sanleving zodat zij een betekenisvoller leven kunnen leiden. De wijze waarop dit bereikt wordt, is een online zelfhulp tool.

Na afloop van de kleinschalige pilots bevestigde het merendeel van de deelnemers gedurende informele kwalitatieve evaluatiegesprekken dat zowel hun gevoel van erbij horen (“belonging”) als van autonomie was vergroot. De pilots duurden te kort om een ervaring van prestatie (“achievement”) te geven.

Na de pilots in Griekenland konden de effecten van de OZO 2-pilots worden waargenomen, net zoals dat het geval was na de eerste OZO-pilots: tijdens offline ontmoetingen gedroegen deelnemers zich beleefder en respectvoller ten opzichte van elkaar. De tweedeling tussen ‘haves’ and ‘have-nots’ was wat diffuser geworden.

Helaas diende het project OZO 2 voortijdig afgebroken te worden als gevolg van de pandemie.

De voortijdige, kleinschalige uitkomsten van het project OZO w, samen met de eersre uitkomsten van project OZO, brengen ons niettemin voor het moment tot de aanname dat het project een positieve effect heeft op een set van competenties voor mensen van alle leeftijden zoals die gedefinieerd zijn binnen het LifeComp raamwerk (pdf) door het Joint Research Centre (JRC), in samenwerking met de European Commission department for Education, Youth, Sport and Culture (EAC):

  • Zelfregulering;
  • Flexibiliteit;
  • Welbeleving;
  • Empathie;
  • Communicatie;
  • Samenwerking;
  • Groei mindset[i];
  • Kritisch denken;
  • Het managen van eigen leren.

Er is een groter project met bijbehorende financiering nodig om deze aanname op een grotere schaal te testen.[ii]

Zich baserend op de kleinschalige pilots kan evenzeer worden aangenomen dat project OZO de ‘resilience’ van deelnemers vergroot – zoals opgevat door onderwijswetenschapper Pedro de Bruyckere:

  • Zelfbewustzijn;
  • Zelfbeheersing/ zelfmanagement;
  • Sociaal besef;
  • Sociaal management.

Dit geldt ook voor het gerelateerd concept van sociaal en emotioneel leren (SEL).[iii] Ook hier geldt: om de aannames te testen, is een groter project nodig.

In dit optionele, toekomstige grotere project dienen tevens fondsen gewaarmerkt te worden om het meten van toennames in het gevoel van veiligheid van deelnemers, het gevoel dat zij gezien worden, hun ervaring van autonomie, hun ervaring van succes en van erbij horen, te operationaliseren. Op die manier zou OZO kunnen uitgroeien tot een volledig ‘evidence-informed’ tool.


[i] Het is interessant dat het LifeComp raamwerk de competentie ‘groei mindset’ heeft opgenomen omdat deze competentie in de voornije jaren veel aan betekenis heeft ingeboet binnen het veld. Zie bv. Neelen & Kischner: https://3starlearningexperiences.wordpress.com/2020/06/02/goodbye-growth-mindset-hello-efficacy-and-attribution-theory/, geraadpleegd 9.5.2021

[ii] Helaas zijn er tot op heden überhaupt zeer weinig programma evaluaties van hoge kwaliteit zelfs al op het gebied van leren op afstand terwijl dit een mainstream terrein is waarin veel geld omgaat: https://pedrodebruyckere.blog/2021/01/28/wat-werkt-in-online-afstandsleren-nieuw-rapport-van-het-what-works-clearinghouse-geeft-teleurstellend-resultaat-maar-niet-wat-je-denkt/, geraadpleegd 13.5.2021. Dus een dergelijke evaluatie zal zelfs in een groter project niet eenvoudig zijn. Maar wat we wel weten, is dat in principe professionele ontwikkeling op afstand effectief ondersteund kan worden. Coaching en mentoring op afstand kunnen de eaardigheden van individuen verbeteren: https://educationendowmentfoundation.org.uk/public/files/Publications/Rapid_Evidence_Assessment_Summary_RPD.pdf, geraadpleegd 13.5.2021

[iii] Helaas ontbreken momenteel eveneens kwaliteitsstudies die het effect van leren op afstand op SEL onderzoeken: https://pedrodebruyckere.blog/2021/01/28/wat-werkt-in-online-afstandsleren-nieuw-rapport-van-het-what-works-clearinghouse-geeft-teleurstellend-resultaat-maar-niet-wat-je-denkt/, geraadpleegd 13.5.2021

The project OZO 2 (2018-2-NL01-KA104-059914) is co-funded by the Erasmus+ Programme.